ACP-lid wint bezwaar over definitie ‘dienstreis’

ACP-lid wint bezwaar over definitie ‘dienstreis’

20 sep 2014, besluit reis, verblijf en verhuiskosten

Als uitvloeisel van de CAO 2005-2007 is per 1 juli 2008 één Besluit reis-, verblijf- en verhuiskosten politie (Brvvp) ontstaan, beter bekend als de ‘Reisregeling’. Deze regeling bestaat grof gezegd uit drie onderdelen: woon-werkverkeer, dienstreizen en verhuiskosten. Voorheen werden deze onkosten door de diverse (voormalige) politieregio’s op verschillende wijze vergoed. Met de komst van het Brvvp is daaraan een einde gekomen. Althans, dat was de bedoeling. Soms blijkt echter dat eenheden, ondanks de geldende Reisregeling, hun eigen regels hanteren wat betreft kostenvergoedingen, bijvoorbeeld bij dienstreizen.

Zo meldde één van onze leden zich onlangs bij de afdeling individuele belangenbehartiging (IBB) van de ACP. Hij is voor langere tijd verbonden aan een Team Grootschalig Onderzoek (TGO) en de reizen vanaf zijn huisadres naar de TGO-locatie worden gezien als dienstreis en als zodanig vergoed. (Op basis van artikel 9 lid 2 van de Reisregeling is het toegestaan een huisadres als begin- en eindpunt van een dienstreis aan te merken, in plaats van de locatie van tewerkstelling.) Op een gegeven moment verrast de Personeelsmanagement Adviseur (PMA) hem met een e-mail, waarin staat dat als hij langer dan vier weken op een TGO-locatie werkt, hij geen dienstreizen meer vergoed krijgt. In plaats daarvan wordt zijn huidige vergoeding voor woon-werkverkeer aangepast. Zijn vergoeding van woon-werkverkeer is dan niet meer gebaseerd op de afstand tussen huisadres en plaats van tewerkstelling, maar op de afstand tussen zijn huisadres en de TGO-locatie.

Definitie ‘dienstreis’

Het ACP-lid is het hiermee niet eens, omdat hij meent dat alle reisbewegingen naar de TGO-locatie zijn aan te merken als dienstreis. Volgens de Reisregeling wordt onder dienstreis verstaan: ‘het door de ambtenaar, in het kader van zijn werkzaamheden, reizen en verblijven binnen Nederland en buiten de plaats van tewerkstelling’. Hij wordt weliswaar ingezet op een TGO, maar daarmee is zijn standplaats ongewijzigd gebleven. Dat betekent dat aan de definitie van ‘dienstreis’ is voldaan.

Strijdig met Reisregeling

Het betreffende lid heeft herhaaldelijk contact gehad met de PMA en getracht deze uit te leggen dat een woon-werkvergoeding dient als vergoeding voor het dagelijks reizen tussen de woning van de ambtenaar en de plaats van tewerkstelling. Daar is geen sprake van, nu de TGO-locatie niet is aangewezen als plaats van tewerkstelling. Handelen alsof van een andere plaats van tewerkstelling sprake is, is in strijd met de Reisregeling. Ook zoekt het lid contact met de ondernemingsraad die zijn standpunt onderschrijft. Na vele mailwisselingen en genoeg inspanning is het helaas niet gelukt de werkgever te overtuigen. Vandaar dat het lid zich tot de ACP wendt.

Bezwaar

De ACP stelt namens hem bezwaar in. Op basis van zijn loonstroken blijkt dat zijn dienstreisdeclaraties niet zijn uitbetaald. Nog voordat de zaak bij de bezwarenadviescommissie belandt, ontvangt het ACP-lid een brief van zijn werkgever waarin staat dat de wijziging van de woon-werkvergoeding inderdaad niet op juiste gronden heeft plaatsgevonden en dat deze met terugwerkende kracht wordt teruggedraaid. Daarbij worden de dienstreisdeclaraties naar de TGO-locatie alsnog vergoed. Het ACP-lid is blij dat de werkgever inziet dat deze verkeerd heeft gehandeld. Zijn declaraties zijn alsnog uitbetaald.

OOK INTERESSANT

bottombanner

LID WORDEN VAN DE ACP?

AANMELDEN